DE START en de AANPASSING VAN 2025 – 2026
DE START
Zo zag het er uit in mei 2003, het moment waarop we aan de Oostermeenweg kwamen wonen.




Nadat we het huis op orde hadden, zijn we met de tuin aan de slag gegaan. We hebben daarvoor zelf een ontwerp gemaakt gebaseerd op diagonale lijnen. Hagen moeten de tuin structuur geven, ook in de winter. We gebruikten liguster- en laurierstruiken die al in de tuin stonden en buxus die we zelf gekweekt hebben. Taxus en beuken hebben we moeten kopen.















We wilden alles zelf doen, van bestraten tot vermeerderen van plantmateriaal en van bomen planten tot vijvers aanleggen. We hebben daarbij niet altijd in een logische volgorde gewerkt. Soms waren de hagen al geplant voordat de bestrating klaar was. De vlonder lag er al toen we de vijver nog moesten aanleggen. Dat was ook afhankelijk van de seizoenen. In de lente en de zomer kreeg de beplanting voorrang. In de herfst en winter was er meer tijd voor het werk met de ‘dode materialen’. Intussen begon het wel steeds meer te lijken op wat we wilden.




DE AANPASSING VAN 2025 – 2026
Het gaat niet echt goed met de natuur in ons land. Veel planten, vogels en insecten hebben het moeilijk. Dat is zelfs in onze tuin te zien. In de afgelopen jaren hebben we meer dan 200 verschillende nachtvlinders geteld in de tuin, maar de aantallen worden wel steeds kleiner. Verschillende soorten wilde bijen die afhankelijk zijn van één wilde plant, hebben het heel moeilijk. En dat geldt voor veel meer insecten. Dat heeft dan ook weer gevolgen voor vogels, voor egels etc. Het zijn allemaal schakels in een keten die je niet zomaar kunt missen.
Om de biodiversiteit te versterken heeft de gemeente Oost Gelre een project opgezet met de Stichting Landschapsbeheer Gelderland (SLG) met als doel natuurlijke elementen in het landschap terug te brengen. Daarbij kun je denken aan natuurlijke hagen, vogelbosjes, hoogstamboomgaarden en kikkerpoelen. De gemeente betaalt dan een deel van de te planten struiken en bomen, SGL komt de situatie bekijken en maakt daarvoor een plan.
Wij doen mee aan het project van 2025 en kozen voor een verzameling hoogstamfruitbomen, hagen van veldesdoorn en een vogelbosje van besdragende struiken. Het in eerste instantie door SLG voorgestelde plan sprak ons niet zo erg aan – het was nogal ‘rechttoe-rechtaan’ – maar in plaats daarvan mochten we een eigen plan maken. De ruimte tussen de bomen wilden we nog inzaaien met een mengsel van bloeiende wilde planten.


Als eerste moesten alle bestaande bomen, struiken en vaste planten verwijderd worden. Met behulp van een buurman hebben we drie grote kiepwagens vol beukenstruiken, laurierhagen, takken van coniferen, taxusstruiken en slecht groeiende vruchtbomen afgevoerd. In december zijn vervolgens alle nieuwe struiken en bomen geplant. Daarna moesten ook alle nog overgebleven vaste planten er uit zodat de grond zaaiklaar gemaakt kon worden voor de kruidenmengsels. Dat laatste is niet helemaal gelukt, nog maar één deel is ingezaaid. In het overige stuk staan dus nog grotendeels de vaste planten die er eerder waren. Dit deel pakken we komend najaar aan.


Zowel de nieuwe struiken als de gezaaide kruidenmengsels zijn zowel ‘inheems’ als ‘autochtoon’. Deze planten komen in ons land voor (inheems), maar zijn ook gekweekt uit zaden van planten die daadwerkelijk in ons land groeien (autochtoon). Veel zaden van ‘wilde’ planten komen tegenwoordig uit Zuid-Europa of zelfs China. Die planten komen hier dan oorspronkelijk wel voor, maar ze hebben toch andere genen. Daardoor bloeien ze bv. iets eerder of later. Onze wilde bijen, die helemaal op die planten zijn gespecialiseerd, hebben er dan weinig aan. Ook is het van belang dat zaad van een groot aantal verschillende planten afkomstig is. Alle essen (bomen) in Nederland stammen voor waarschijnlijk 95% af van maar 2 moederbomen. Deze bomen hebben dus voor een groot deel dezelfde genen en mede daardoor kon de essentaksterfte, een schimmelziekte, zo hard toeslaan.
Wij hebben gekozen voor een Achterhoek-mengsel met zaden van wilde planten die oorspronkelijk ook echt uit de Achterhoek komen. Wie meer wil weten over wilde mengsels, hoe ze tot stand komen en wat er in zit kan kijken op de uitgebreide site van CruydtHoek, een leverancier van wilde zaden.
Een beetje geduld is wel nodig. De fruitbomen zijn nog klein en moeten de eerste jaar meer groeien dan bloeien. Ook de struiken zijn klein en hebben tijd nodig om aan te slaan. Tussen de struiken hebben we wel een ‘ondergroeimengsel’ gezaaid; dat zijn wilde planten die gaan bloeien, niet echt concurreren met de struiken, wel ongewenst onkruid bestrijden en die verdwijnen als de struiken groter worden. De wilde planten uit het Achterhoekmengsel maken in het eerste jaar vooral een wortel(rozet), pas in de jaren daarna bloeien ze ook volop. Om in het eerste jaar toch al bloei te hebben, zijn er wel zaden bijgemengd van eenjarigen als klaproos, korenbloem en andere akkeronkruiden (al is ‘onkruid’ hier een wat vreemd woord).

